|
Wednesday, 06 December 2006 |
|
Net als je denkt dat je wel zo’n beetje hebt gezien hoe erg het
er op sommige plaatsen in Banda voor staat, blijkt dat het nóg
erger kan. Aangezien er in een aantal districten van Kampala al
gevallen van cholera bekend zijn, leek het BCDP wel handig om de
mensen in de wijk te informeren over hoe cholera te voorkomen.
Woensdag zijn we dan ook met de CDW’s op zogenaamde outreach gegaan
in zone B3, omdat de kansen op een cholera-uitbraak daar om diverse
redenen het grootst worden geacht.
B3 ligt aan de overkant
van de weg, in een moerasgebied waar zich eigenlijk geen mensen mogen
vestigen, omdat het moeras een filterende werking heeft voor het
vuile water en andere derrie die de heuvel af loopt. Maar aangezien
je toch ergens moet wonen, zijn in dit wetlandgebied toch een
heleboel huisjes neergezet (zie bijgaande foto’s; van dichterbij
heb ik ze niet durven maken in verband met reacties van bewoners. Het
grote huis op de heuvel hoort er niet bij). Vaak op nog geen 50
centimeter naast ‘afwateringskanaaltjes’, die in de praktijk ook
vaak dienst doen als open riool. Waar onze groep op uit was, was heel
concreet op zoek gaan naar uitwerpselen, de mensen er op wijzen dat
dit toch echt niet kan, en dat de cholera om het hoekje loert.
Dat
B3 er slecht aan toe is, was ons al bekend, maar wat we vandaag
aantroffen, was echt schrikbarend. Mensen leven bijna letterlijk OP
het vuilnis dat ze zelf produceren, kinderen poepen gewoon voor hun
hutje en geen hond die er iets van zegt. En als de mensen er dan op
worden aangesproken door hun EIGEN zone-chief (die zelf ook in dat
slechte stuk woont), wijzen ze of naar de buren of de eigenaar van
het stuk land, of vragen ze aan ons wanneer er handschoenen komen om
de drek op te ruimen, of wanneer ze geld krijgen, want er zijn
blanken bij. HALLO: zorg er ten eerste voor dat je die rotzooi zelf
niet produceert, en als je dat dan toch doet, pak dan een van de
vijfhonderdduizend plastic zakjes die toch al rondslingeren, daar
zijn geen handschoenen voor nodig. Van tijd tot tijd werd de
discussie zo heftig (helaas in het Luganda zodat je er niet altijd
alles van kon verstaan) dat ik helemaal begrijp waarom B3 een gebied
is waar je je in het donker niet moet vertonen. Je ziet haast voor je
hoe de een of andere knakker een panga pakt en om zich heen begint te
hakken, vooral als er wat van het lokaal gebrouwen bier in het spel
is. Dat bier moet overigens drie dagen onder de grond fermenteren, en
dat wordt regelmatig in de buurt van een latrine gedaan…
Als
je dit dan zo ziet en er is geen hond die iets onderneemt, snap je
ten eerste dat die zone eruit ziet zoals ‘ie eruit ziet, en ten
tweede waarom zone B1 het lievelingetje van de buitenlandse
BCDP-vrijwilligers is. B1 is er misschien wel slechter aan toe omdat
mensen hier in de BUURT van de latrine naar de wc gaan in plaats van
er OP (dat heeft met hun cultuur te maken en niet zo zeer met de
staat van de latrines, dus een bewustwordingscampagne zou daar zeker
op zijn plaats zijn), maar de mensen in B1 zijn in elk geval zelf
iets aan het ondernemen en gaan niet zielig zitten doen. Bovendien
staat B1 open voor advies en informatie. Een flinke trap onder hun
kont zou je ze in B3 moeten geven, maar ik gok er op dat die niet het
gewenste effect heeft.
Aangezien we toch in B3 waren, hebben
we ook het door de medicijnman bewerkte jongetje maar even gecheckt.
Lawrence blijkt zowaar nog te leven, en de moeder heeft beloofd deze
week nog met hem naar de kliniek te komen. Maar ze heeft eigenlijk
‘geen tijd’. Jaja, wel de hele dag op haar luie kont zitten of
naar de medicijnman gaan, maar naar de kliniek ho maar. Uiteraard
barstte het kereltje in tranen uit toen ‘ie deze mzungu zag, en
misschien was het deze keer nog wel afschuwelijker om ‘m te zien
dan vorige week, met z’n bonestaakbeentjes en veel te dikke buik.
Hartverscheurend.
Om toch maar op een vrolijke noot te
eindigen, heb ik een foto van mijn grote vriend bij dit berichtje
gezet. Ik denk dat ik ‘m meeneem in mijn rugzak als ik terugkom
naar Nederland
|