|
De afgelopen week was er een waarin de frustraties zich ophoopten,
met als dieptepunt (vrijdag) de afsluiting van de stroom bij BCDP
omdat de rekening niet was betaald. Nu was daar wel een goede reden
voor, want de rekening van januari was ongeveer drie keer zo hoog als
normaal en bedroeg een miljoen shilling, bijna 500 euro! En dat heeft
BCDP niet. En het lijkt er ook niet op dat het om een fout gaat, want
er was prijsverhoging aangekondigd en meerdere mensen hebben
rekeningen die het drievoudige zijn van wat ze gewend waren. In elk
geval loopt het internetcafé, een van de belangrijkste
inkomstenbronnen van BCDP, momenteel op de generator. Die ongeveer de
helft van de stroom kost, maar nog steeds veel te veel, een
ongelooflijke herrie maakt en bovendien een zeer ongezonde
diesellucht door het hele gebouw verspreidt.
De financiële
problemen zijn nog niet opgelost; sterker nog, ze lijken zich alleen
nog maar verder op te stapelen. In elk geval kunnen de waterverkopers
deze maand worden betaald (voor de afgelopen vier maanden), de staf
zal echter nog minimaal een maand op salaris moeten wachten.
Volkomen gedesillusioneerd kwam ik vrijdag thuis, omdat ik
ook niet weet hoe we ons ooit uit de situatie gaan redden. Janken
heeft echter ook weinig zin, dus toen maar aan de slag gegaan en een
aanbevelingsrapportje geschreven, inclusief financieel overzicht,
over hoe in elk geval februari te overleven. Daarnaast de
uitgebreidste Excel-sheet van m’n leven gemaakt, waar (als de
cijfers van het afgelopen jaar gecorrigeerd en beschikbaar zijn)
alles in terug te vinden is over gemiddelde inkomsten en uitgaven en
winstgevende en verlieslijdende activiteiten. Hopelijk wordt dan ook
duidelijker wat er precies allemaal is misgegaan, zodat de huidige
problemen in de toekomst (als die er nog is voor BCDP) kunnen worden
vermeden.
Hoogstpersoonlijk deze papieren aan het hele
BCDP-bestuur verspreid op zaterdag. En toen realiseerde ik me ineens
dat ik ook deze week weer allerlei personen had ontmoet die op de een
of andere manier in de gekte van een sloppenwijk proberen te
overleven, terwijl ik elke avond naar mijn comfortabele huisje
vertrek. Er zijn binnen Banda best grote verschillen in de manier
waarop mensen leven en ik ben niet bij iedereen thuis geweest, maar
verhalen zijn vaak genoeg. Een greep uit de ontmoetingen van
afgelopen week.
Afval in Banda is een probleem, vooral nu er
steeds minder plaatsen zijn om afval te dumpen. De gemeente doet
weinig, maar gelukkig zijn er mensen die zelf het heft in handen
nemen, zoals Phipo (zie foto, tweede van rechts). Deze jongen is
afgestudeerd aan Kyambogo University (die naast Banda ligt), maar kan
geen baan vinden. Omdat hij zo van de natuur houdt, zo zegt hij zelf,
is hij met een paar vrienden een afvalophaaldienst begonnen. Niet
iedereen heeft laarzen, niemand heeft handschoenen, iedereen werkt de
hele dag in de stank, het afval scheiden ze zelf met de hand en riek,
maar toch zijn deze jongens bereid er voor te zorgen dat Banda er
iets schoner uit ziet. De dagen dat ze vuilnis ophalen aan de deur
krijgen ze hiervoor door de bewoners betaald, maar er zijn ook dagen
dat ze vrijwillig de waterafvoeren schoonmaken. Vaak betaalt Phipo
zijn medewerkers dan van zijn spaargeld. Een bewonderenswaardig
initiatief vind ik zelf, en maandag gaan Halima (zie ook foto) en ik
dan ook kijken hoe we een plan kunnen maken zodat deze jongens een
duurzaam bedrijf kunnen runnen zonder zelf geld er op toe te hoeven
leggen.
Halima zelf (zie Creativiteit gevraagd) is ook een
bezig bijtje en zit in allerlei comités en organisaties. Een
vrouw vol ideeën, met veel aanzien in heel Banda, een geweldig
gevoel voor humor en een warme persoonlijkheid. Ziet er uiteraard
altijd op en top verzorgd uit. Als ik haar thuis opzoek (ze woont om
de hoek bij BCDP naast het restaurant waar ik regelmatig tussen de
middag eet en dat hard aan het proberen is haar uit haar huis te
gooien, zodat ze kunnen uitbreiden), schrik ik een beetje van de
armoedigheid. Haar huisje is eigenlijk een betonnen schuur van twee
ruimtes van drie bij drie meter, met aan de voor- en achterkant een
gammele deur, er zijn geen ramen (zoals bij overigens veel huizen in
Banda). Ze maakt zich ernstig zorgen over het voortbestaan van BCDP
en als ze met een bril met één glas (dat niet meer op
sterkte is, het andere is verloren) probeert mijn schlemielige
verslagje te lezen, lacht ze zelf om de gammele specs, want ja, wat
moet ze anders, ze moet eerst flink sparen (van het schamele loontje
van twaalf euro per maand dat ze van BCDP krijgt en de paar andere
inkomstenbronnen die ze heeft) voor het collegegeld van haar kinderen
en pas dan kan ze een keer naar de oogarts of opticien. Ik maak er
een punt van binnenkort met haar mee te gaan, want dit kan echt
niet.
Deborah, de voorzitter van BCDP, heeft het qua huis
beter getroffen. Ooit was ze lerares, maar inmiddels heeft ze her en
der wat kleine bedrijfjes (winkels) opgezet. Tijdens de verkiezingen
vorig jaar was ze kandidaat voor een lokale post, maar helaas heeft
ze verloren en daarmee is ze al haar spaargeld kwijt. Ik vraag me af
of ze de eethoek heeft verkocht; de ruimte bij de koelkast en de kast
met serviesgoed is wel heel erg leeg.
Suzan is de financieel
secretaresse van BCDP en was ooit getrouwd met een rijke man. Woonde
in een fantastisch huis, maar dat alles verdween als sneeuw voor de
zon toen haar man overleed en alle bezittingen naar zijn familieleden
gingen. Zo gaat dat hier, en ook als de man vreemdgaat en problemen
veroorzaakt, is het de vrouw die alles wat ze dacht te hebben kwijt
raakt. Suzan woont nu in Banda, in een bescheiden huis achter het
videotheekje dat wordt gerund door haar zoons.
Alex is het
hoofd van de school die wordt gesteund door Mariël, een andere
ICA-vrijwilliger die hier vorig jaar voor langere tijd was en nu
tijdelijk terug is voor een aantal projecten. De school ligt in B1,
de zone met de vluchtelingen uit het noorden. Er zijn lokalen aan
gebouwd zodat er meer weeskinderen les kunnen krijgen. Uiteraard is
er gebrek aan geld, en Alex probeert zelf zo goed en kwaad als het
kan financieel bij te schieten.
Dit zijn slechts enkele
personen die in Banda iets van hun leven en dat van anderen proberen
te maken. Mensen met wie ik (in de meeste gevallen) regelmatig
contact heb, die hun situatie accepteren zoals ‘ie is, die niets
aan mij vragen maar die me tegelijkertijd ook een hele hoop geven
door me een klein kijkje te laten nemen in een wereld waarin ik dan
wel werk, maar die niet de mijne is. En dan gaat het allemaal wel
enorm langzaam en heb ik het gevoel dat ik weinig voor de mensen in
Banda kan doen, maar tegelijkertijd leer ik weer zo veel dat ik hoop
die kennis ooit op een nuttige manier te kunnen gebruiken.
|