|
Drukke week, waarin ik was verstoken van internet en e-mail en
alles wat met moderne technologie te maken heeft (behalve de laptop
dan, zonder laptop ben je nergens). Veel te druk met andere dingen en
bovendien was de BCDP-computer bezet door mensen die werk aan het
doen waren dat ze het afgelopen jaar hadden moeten doen.
Voortgang
geboekt met de jongens van Papo, de vuilnisophalers. Samen met Halima
een plan de campagne bedacht, dat ik dit weekend verder moet gaan
uitwerken tot een projectvoorstel. Het afvalprobleem wordt met de dag
groter, maar we kunnen binnenkort toch wel tot actie over gaan, zo
lijkt het. Voor alles wat je in het stadsdeel wilt gaan doen, moet je
toestemming hebben van de chief van de gemeente (Kampala City
Council), en die hebben we. Niet van ‘mijn’ chief (mijn
aanstaande echtgenoot), want die blijkt overgeplaatst naar Ntinda,
waar ik ‘m zowaar in het minizandweggetje naast mijn huis
tegenkwam, maar van chief Ben, een heel geschikte kerel die
waarschijnlijk ‘hoho’ is (homo, maar dat woord kennen ze hier,
dus hebben we er iets anders op verzonnen). Maar ja, in Uganda wonen
geen homo’s (zoals bijna nergens in Afrika), dus is hij gewoon
hetero. Wij weten beter. Hij steunt in elk geval het afvalplan en dat
is waar het om gaat, en Ben is ook nog eens leuk.
Verder heel
hard bezig met het financiële verhaal. Afgelopen woensdag naar
aanleiding van mijn actie van vorige week zaterdag een
bestuursvergadering gehad over de ‘financial crisis’ waarmee we
te kampen hebben. Het bestuur kwam zelf met een paar suggesties voor
het verkleinen van de schulden, waaronder het opgeven van hun eigen
toelage. Best een sympathiek gebaar. Minder sympathiek vond ik de
manier waarop ze bijna alles bij de boekhouder neerlegden, hoewel dat
alleen maar de boekhouder is, die weliswaar nogal lost was geweest de
afgelopen tijd, maar op zich alle rapportages had gemaakt die nodig
waren, en bovendien niks te maken heeft met het verdelen van geld.
Hij zet het alleen maar op papier. Bovendien is er toch de Finance
Committee, die rapportages controleert zodra deze klaar zijn? Nou, zo
werd gezegd (en dat was toch wel de meest schokkende gebeurtenis van
de afgelopen week): “In de Finance Committee zitten geen technische
mensen, wij weten niks van cijfers.†WIJ WETEN NIKS VAN
CIJFERS????????? Wat DOE je dan in dat comité????? Dat is net
als een fietsenmaker die geen banden kan plakken! Bovendien, Mo en ik
zijn ook geen experts (sterker nog, ik ben ooit bijna blijven zitten
op economie twee), maar halen zo allerlei rare dingen uit de
overzichten. En de ex-penningmeester (een oudere man voor wie
iedereen hier respect heeft omdat hij een oudere man is en ouderen
verdienen respect) begon steeds meer te zweten en zenuwachtig om zich
heen te kijken toen we kritische vragen stelden. Ook wij respecteren
ouderen, maar zullen ook niet nalaten om gewoon dingen aan te
zwengelen, daar zijn we mzungus voor. Al met al een groot deel van de
week bezig geweest met praten over cijfers, kijken naar cijfers,
dromen over cijfers, invullen van cijfers in uitgebreide
Excel-overzichten (waaruit blijkt dat de boekhouding nog minder klopt
dan we dachten) en herorganiseren van cijfers om te proberen de
schulden wat minder te laten lijken. En het is heel gek, maar het
lijkt gewoon alsof wij de enigen bij BCDP zijn die zich druk maken
over de situatie! Je moet iedereen de hele tijd achter zijn broek aan
zitten, alles tien keer vragen, daarna drie keer controleren,
iedereen wijst naar elkaar, niemand neemt eigen verantwoordelijkheid.
Net een stel kleine kinderen is het, doodvermoeiend. En het is niet
zo dat het alleen bij BCDP zo werkt; Jiske heeft met precies de
zelfde dingen te kampen bij Kawempe Youth Centre. Het scheelt dat je
je frustraties met elkaar kunt delen, maar soms is het echt te veel.
En dan ga je gewoon zonder iets te zeggen weg en merken ze wel
wanneer je je weer meldt, en vanzelf schelden op iedereen die ook
maar een teen scheef zet. Een klein cadeautje voor jezelf kopen helpt
soms ook.
Naast afval en financiën ook bezig geweest met
een vragenlijst voor de inwoners van B1 over de medische
voorzieningen in de zone. Mariël (zie Persoonlijke ontmoetingen)
beschikt over fondsen voor het opzetten van een kliniek, maar
daarvoor moet wel worden bekeken waar precies behoefte aan is en waar
het bij de bestaande klinieken aan schort. Aanstaande maandag met
John Moro, een van de community development workers (die we nodig
hebben voor vertaling naar het Swahili), lekker B1 in om mensen te
ondervragen.
Donderdag in nette kleren (hoewel in broek, dus
ECHT netjes is dat niet als vrouw) naar het Ministry of Health voor
een ontmoeting met Emmanuel Otaala, de Minister of State of Primary
Health Care. Alsof je bij Hans Hoogervorst langs gaat (of wie er
momenteel ook op die post zit in de spannende nieuwe Nederlandse
regering). Gewoon een papiertje invullen, even wachten en dan kun je
een gesprek met de goede man hebben. We waren wel geïntroduceerd
door iemand die hem kent, maar toch. Uiteindelijk niet heel veel
wijzer geworden en doorverwezen naar een paar andere belangrijke
mensen binnen het ministerie als het gaat om hiv/aids en
water/sanitation, maar we mogen ‘m altijd bellen
En het mooiste is nog dat meneer Banda erg goed kent, want hij heeft
er zelf tot 1998 gewoond.
Verder een nieuwe wasserette
gevonden in de persoon van de schoonmaakster bij BCDP. De echte
wasserette was dicht, dus het wasgoed maar meegenomen naar Banda,
waar ik Annet er mee kon verblijden. Ze moet in haar eentje twee
kleine kinderen opvoeden (man is er vandoor) en verdient bij BCDP
omgerekend vijftien euro per maand, dus kan een extra’tje best
gebruiken. Als je zag hoe ze liep te stralen na de anderhalve euro
die ze had verdiend, dan begrijp je wel dat ik voortaan altijd naar
haar toe ga. Het is heel gek, maar het lijkt wel of je naarmate je
hier langer zit steeds meer doordrongen wordt van het feit dat het
hier voor heel veel mensen echt om overleven gaat. Armoede en ellende
is er overal om je heen, maar in sommige gevallen breekt het echt je
hart. Zoals bij Bosco, de zoon van Alex (zie Persoonlijke
ontmoetingen). Hij is een van een aantal gehandicapten in Banda. Voor
gehandicapten zijn er geen voorzieningen. De regering doet er niets
aan, en veel mensen zijn zelf te arm om zich er druk over te maken.
Bosco (nu twintig) heeft op zijn derde meningitis
(hersenvliesontsteking) gekregen, en is sindsdien half verlamd,
spastisch en het grootste deel van zijn spraakvermogen kwijt. Hij zit
de hele dag thuis een beetje te zitten, want wat moet hij anders? Een
droom van Alex is om bij zijn school een beroepsopleiding op te
zetten, zodat gehandicapten in elk geval een manier hebben om in hun
eigen bestaan te voorzien. Een klein begin is al gemaakt: er zijn
twee gehandicapte kleermakers die schooluniformen maken (zie foto)
voor de driehonderd (veelal getraumatiseerde wees-)kinderen die op
ons af kwamen stormen toen we vrijdag een bezoekje brachten aan de
school. Bij sommigen zie je al het oorlogsleed in hun ogen, anderen
pakken je vast en laten je niet meer los, of strelen voortdurend je
arm. Maar stuk voor stuk zijn ze ontzettend blij met het beetje
aandacht dat je ze kunt geven. |