|
De eerste week in Kampala |
|
Tuesday, 22 January 2008 |
Alweer een week in Kampala en tijd voor een eerste bericht uit Afrika aan jullie allen dacht ik zo!
Hoewel we al een week in Uganda zijn vind ik het nog steeds heel onwerkelijk dat we hier nu echt zijn. En ook dat we hier een heel jaar zullen blijven. Minimaal. Ondanks deze gevoelens van onwerkelijkheid zijn we op verschillende manieren toch echt al wel helemaal ‘hier’. Zo hebben we een huisje in de geweldige wijk Ntinda, weten we de weg en het busje te vinden naar verschillende delen van de stad, komen we te voet ook al een heel eind zonder duidelijke kaart, weten we de naam van de Boda (brommer) jongen op de hoek, weten we welk stalletje de lekkerste chapati of de beste avocado’s heeft, heb ik samen met Halima al tientallen vrouwen in Banda ontmoet en een eerste meeting met een vrouwengroep gehad, staat mijn telefoon al aardig vol met nummers van mensen die ik verwacht niet heel vaak te zullen gaan zien, hebben nog veel meer mensen mijn nummer, heb ik de eerste typisch Ugandese matoke (groene banaan) maaltijd met vis en g-nut (soort van pinda) saus al achter mijn kiezen, en hebben we vooral al heel erg veel gedaan, gelopen, gezien, geroken, gehoord en bovenal ervaren.
Indrukwekkend, zoveel indrukken!
En tegelijkertijd voelt het op de een of andere manier al heel vertrouwd en ergens zelfs al ‘gewoon’. Joppe en ik verbazen ons erover dat we dit allebei zo ervaren. De verklaring hiervoor zit m denken we in een combinatie van ervaringen opgedaan tijdens eerdere reizen en verblijven in andere ‘ontwikkelings’landen maar vooral ook in de relaxtheid van Kampala. Want als er een woord is dat de sfeer in Kampala samenvat dan is het ‘relaxt’. Een ontspannen sfeer die heel erg prettig is. En dan heb ik het niet zozeer over het straatbeeld, dat juist getekend wordt door bedrijvigheid en een enorme verkeersdrukte en soms zelfs chaos. Maar gewoon echt de sfeer, wat mensen uitstralen, de manier waarop mensen je benaderen of juist met rust laten, mensen met elkaar en hun omgeving omgaan, contact maken. Heel fijn en voor mij ook wel nieuw. Ik heb dit elders niet eerder zo ervaren. Contact maken met mensen gaat heel gemakkelijk, een praatje over van alles en nog wat is zo gemaakt, maar net zo gemakkelijk wordt je met rust gelaten als je aangeeft geen boda te willen nemen omdat je van wandelen houdt.
De afgelopen week hebben we eigenlijk in 7 dagen al heel erg veel gedaan en gezien. De drukte en chaos op het vliegveld die verwacht was vanwege de internationale Commonwealth conferentie (CHOGM) en het bezoek van The Queen was zaterdag bij aankomst ver te zoeken. Edith en Reinier hadden een taxi geregeld voor ons, die ons in een uur van het vliegveld naar Kampala reed. Daar opgevangen door Edith en Reinier in hun huisje. Na bij hen even bijgekomen te zijn direct met zijn vieren naar ons nieuwe huisje gegaan. Dat er precies zo uitzag als op de foto’s! Helemaal geweldig, een ingericht huisje, helemaal klaar om in te trekken en er ‘ons’ huisje van te maken. Een heel fijn appartement met drie kamers in een hele leuke levendige en Afrikaanse buurt. Met alles op loopafstand, van groentestalletjes tot supermarkt en internetcafe. Ik realiseer mij heel erg wat een enorme luxe het is dat we ons deze eerste weken niet hoeven bezig te houden met woonruimte zoeken, meubels bij elkaar zoeken en inrichten. En dat heeft er zeker voor gezorgd dat we deze week al zo veel hebben kunnen zien en doen.
Zaterdagmiddag met Edith en Reinier het centrum van Kampala ingeweest om een simkaart te kopen en geld te wisselen. Dit stuk van de stad kenmerkt zich door enorme verkeerschaos, smog, grote gebouwen, hotels, supermarkten en winkels. Ons eigen buurtje Ntinda vind ik zelf stukken leuker. Zondag, maandag en dinsdag hadden we uitgetrokken om samen te voet ‘ons’ deel van de stad te verkennen. Ntinda is echt geweldig! Er is van ‘s ochtends vroeg tot ’s avonds laat enorm veel bedrijvigheid op straat, het barst van de winkeltjes, stalletjes, eetkraampjes, boda’s, busjes, potholes in de weg en bovenal mensen. Ugandese mannen, vrouwen, jongeren en kleine kinderen. En sporadisch een blanke, waarvan het merendeel in Kampala lijkt te zijn voor werk en nauwelijks als toerist. En alles is in Ntinda te krijgen! Van bananen, geroosterde pork op stokjes en chapati’s tot bedden, ijzeren hekken en kookpannen, you name it! Zelf geniet ik enorm van de geuren die deze bedrijvigheid met zich meeneemt, prettige en minder prettige, en die zoveel oproepen: de geur van houtvuur, kolen waarop eten geroosterd wordt, rijpe ananassen en groentes, maar ook de geur van afval, zweet en uitlaatgassen. Het hoort er allemaal bij en past op de een of andere manier bij elkaar. Ntinda voelt ook heel veilig aan, los van de busjes die regelmatig door maniakken bestuurd worden en je zo van de weg rijden als je niet uitkijkt. We zijn erg blij in dit deel van Kampala te wonen. Wandelen is de perfecte manier om de stad te leren kennen zijn we achter gekomen. Ten eerste omdat je dan alles om je heen ziet, kan stoppen waar je wilt en vooral de verschillende sferen echt kunt proeven. Maar daarnaast ook omdat je op deze manier redelijk snel een beetje een idee krijgt van hoe je waar komt, welke wegen waar naartoe leiden en dat is bij gebrek aan duidelijke straatnamen en wegbewijzering erg handig. In Ntinda weten we nu in ieder geval de weg. Voor de rest van de stad hebben we nog een jaar de tijd.
Woensdag had ik met Halima afgesproken. Om haar te ontmoeten en samen met haar voor het eerst een stuk van Banda te gaan verkennen en vrouwen te ontmoeten. Vanuit Nederland had ik via email al verschillende malen contact gehad met Halima en het was geweldig om haar nu eindelijk echt te zien en te ontmoeten. En samen met haar Banda in te gaan! Ik vind Halima echt een geweldig mens, heel enthousiast en hartelijk en ook heel gedreven en serieus in wat ze doet. Ze is zelf geboren in Banda en woont er al haar hele leven. Ze heeft zich opgewerkt en werkt nu als belangenbehartiger van vrouwenzaken in de lokale politiek en voor de Ugandese NGO Banda Community Development Programme (BCDP). Dit is een van de weinige NGO’s die in Banda werkzaam zijn. BCDP richt zich al sinds de jaren ‘90 op verbetering van de leefsituatie van de (tienduizenden) inwoners van Banda en heeft programma’s op het gebied van o.a. water en sanitation, HIV/AIDS, onderwijs, gezondheidszorg en credit and savings. Halima houdt zich momenteel veel bezig met HIV/AIDS counselling werk en de spaar- en kredietcooperatie die sinds een half jaar opgericht is. Hier kunnen onderneemsters (en ook een paar mannen) met een eigen business (uiteenlopend van groentenverkoop tot restaurant) een lening krijgen om te investeren in hun business. Verschillende mensen hebben me verteld dat de situatie in Banda de afgelopen jaren enorm verbeterd is in vergelijking met hoe het tien jaar geleden was. Hoe de situatie nu precies is kan ik nog niet zeggen, aangezien ik er pas 2 dagen rondgelopen heb en nog niet alle zones gezien heb. Wat mij in ieder geval erg opvalt is de bedrijvigheid die ook hier zo duidelijk het straatbeeld bepaalt. Echt overal zie je mensen aan het werk. Door een winkeltje te runnen in telefoons of kleding, groentes te verkopen, houtskool in te kopen en op de markt door te verkopen, eten te maken en te verkopen. Opvallend hierbij vind ik dat het vooral vrouwen zijn die je aan het werk ziet. Volgens Halima en verschillende andere vrouwen is het tegenwoordig sociaal geaccepteerd dat een vrouw een eigen inkomen genereert, door een winkeltje te beginnen of een andere inkomensgenerende activiteit te starten. Voorheen (een jaar of 10 geleden meen ik) was dit niet geaccepteerd en werden vrouwen geacht vooral binnenshuis te werken en was de man degene die het geld binnenbracht. Hedentendage lijkt dit eerder omgedraaid te zijn en klaagden bijna alle vrouwen die ik gesproken heb over hoe weinig mannen doen en het geld dat ze verdienen spenderen aan bier drinken in het cafe. Ik ben heel benieuwd wat dit nu precies betekent voor de huishoudeconomie, in welk opzicht gezinnen er nu financieel op vooruit of achteruit zijn gegaan en wat voor invloed dit heeft op de werklast van vrouwen. Maar dat zal de komende maanden wel duidelijk worden denk ik, door veel te praten met vrouwen, rond te kijken, te observeren en vragen te stellen.
Samen met Halima heb ik woensdag en donderdag vooral heel veel gelopen en vrouwen bezocht die een eigen business hebben en/of die Halima regelmatig bezoekt in haar rol als HIV/AIDS counsellor. Ik vond het echt super leuk om al deze vrouwen te ontmoeten en sommigen van hen te zien in hun rol als kleinschalige onderneemster. Of hen thuis te bezoeken en van alles te kunnen vragen. Ik had Halima vantevoren verteld dat ik graag wilde dat ze het mij zou zeggen als ik vrouwen vragen stelde die niet gepast zijn of niet gewenst. Ik vertelde haar dat ik mijzelf zie als een ‘kind’ dat nog alles moet leren over wat wel en niet te zeggen en te doen, te vragen en hoe je te gedragen in het contact met vrouwen. Maar dat leek uiteindelijk toch een beetje overbodige bezorgdheid te zijn. Vrouwen waren heel open en vooral ook heel hartelijk. En totaal niet verlegen of gesloten zoals ik dat uit mijn onderzoek in Nepal kende. De praatjes die we maakten gingen grotendeels over hoe het ging met hun business en hun gezondheid en die van hun kinderen. Op de foto’s die ik heb toegevoegd zie je een aantal van deze vrouwen en hun business, zoals een kledingmaakster, een groentenverkoopster en een g-nut verkoopster. Donderdag in de namiddag had Halima een meeting geregeld met een net opgerichte vrouwengroep uit Banda die bestaat uit vrouwen die crafts maken, zoals kralenkettingen, tasjes van bamboe, gebreidde tafelkleedjes. Voor de meeste vrouwen is het maken en verkopen van deze crafts een aanvullende (en vaak noodzakelijke) bron van inkomsten naast het werk dat ze al doen. Omdat ze veelal financieel niet in staat zijn om onder meer het schoolgeld van hun kinderen te betalen. Veel vrouwen in de groep hebben geen echtgenoot meer en ook hier klaagden de vrouwen over de mannen in Banda die financieel nauwelijks bijdragen aan het gezinsinkomen. Het was heel interessant om deze groep te ontmoeten en met hen te praten over wat hen als groep bezighoudt. Momenteel is dat voornamelijk het probleem dat ze ervaren in de verkoop van hun producten en het gebrek aan geld dat er is om materiaal te kopen om hun producten te maken. Er is in Kampala geen goede afzetmarkt voor crafts. Een groot probleem, want ze kunnen hun producten dus niet echt kwijt. Ik heb een foto van de groep bijgevoegd.
Komende maandag heb ik weer met Halima afgesproken. In de ochtend zullen we samen Banda ingaan en vrouwen bezoeken. ’s Middags is de maandelijkse bijeenkomst van de leden van de spaar- en kredietcooperatie en daar wil ik graag bij zijn. Op deze manier, zo samen met Halima op pad, hoop ik de komende weken een beetje een indruk te krijgen van het leven van vrouwen in Banda en de vrouwengroepen en initiatieven die er zijn. Ik hoop en verwacht dat voor mij dan langzaamaan duidelijk zal worden wat voor problemen en behoeftes er zijn en op wat voor manier ik mij zou kunnen inzetten voor de vrouwen in Banda. Zij het voor een specifieke vrouwengroep, een vrouwenorganisatie of voor individuele vrouwen. Dat laat ik allemaal nog open en ik heb nog genoeg tijd om uit te zoeken hoe dat er precies uit zal gaan zien. Halima stelde ook voor om andere wijken buiten Banda te bezoeken, dus het zou ook kunnen dat ik uiteindelijk buiten Banda aan het werk ga. Voor Mama Cash ga ik de komende maanden ook verschillende vrouwenorganisaties in Kampala bezoeken en wie weet komt daar wel weer iets heel anders uit voort. Het ligt allemaal nog redelijk open.
Joppe is inmiddels al druk aan de slag voor Mountbatten, het bedrijf van Edith en Reinier. Als grafisch vormgever en webdesigner is er veel te doen voor hem en samen met Reinier is hij bezig met een aantal grote projecten, hartstikke tof! Hij hoopt de komende maanden een dag of 3 in de week aan het werk te zijn bij Mountbatten en de andere dagen te kunnen werken als freelancer, of voor een reclame- of grafisch bureau en daarnaast ook voldoende tijd te hebben om te fotograferen en natuurlijk de stad te ontdekken.
Dat was de eerste week Kampala in een notedop. Ik hoop dat jullie nu een beetje een idee hebben van ons leventje hier tot nu toe. We hebben nog geen postadres, maar zodra we die een hebben laat ik het weten. Ik heb wel een telefoon en ben mobiel bereikbaar, vanuit Nederland kun je sms-en naar: +256-75-3947417. En ik ben natuurlijk per email te bereiken. Het internet cafe zit op loopafstand en ik check regelmatig mijn mail.
|
|
|
 |
 |
 |
|
|
De Kidogo Post |
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
|
|
|
|
|
|
 |
|