|
Tuesday, 22 January 2008 |
Afgelopen week ben ik een aantal dagen in Banda geweest, waar ik weer heel veel gedaan, gezien en gehoord heb. Bij deze een update.
Vorige week woensdag ben ik met Halima naar zone B1 geweest. Deze zone in Banda wordt ook wel het ‘Acholi Quarter’ genoemd, omdat het merendeel van de bevolking tot de Acholi bevolkingsgroep behoort. De meeste van hen zijn afkomstig uit het noorden van Uganda en zijn tijdens het conflict gevlucht. Veel van de mannen zijn vermoord door de rebellen van de Lord Resistance Army en het merendeel van de populatie in B1 bestaat dan ook uit vrouwen en kinderen die de meest afschuwelijke dingen hebben meegemaakt. In Banda proberen ze een nieuw bestaan op te bouwen. De vrouwen en de paar aanwezige mannen werken bijna allemaal in de steengroeve die zich in B1 bevindt en/ of maken kralen van papier, waarmee kettingen en andere sieraden gemaakt worden. Het werk in de steengroeve is slopend. Ik vond het erg indrukwekkend om al die mensen bezig te zien in de brandende zon. De mannen hakken de stenen uit de groeve en sjouwen de grote brokken naar de oppervlakte. De vrouwen hakken de brokstukken in steeds kleinere stukken en uiteindelijk tot grind. Dit wordt gebruikt voor de aanleg van wegen en voor gebouwen. Ik sprak met verschillende mensen die aan het werk waren in de groeve, waaronder twee vrouwen. Ze vertelden mij dat ze van zonsopgang tot zonsondergang zeven dagen per week in de groeve werken. Een van hen is weduwe en werkt er al 20 jaar. De andere vrouw heeft twee kindjes en is weggelopen bij haar man een aantal jaren geleden omdat hij haar sloeg. Ze werkt nu dagelijks in de groeve en haar kinderen vergezellen haar in haar werk omdat ze nog te klein zijn om naar school te gaan. Het was indrukwekkend om te zien hoe iedereen aan het werk was, pal in de zon met niet meer bescherming dan een doek om het hoofd. Ik voelde me best een luxe poppetje en realiseerde me dat je je pas kunt voorstellen hoe het moet zijn om hier te werken als je het zelf gedaan hebt. Het zou goed zijn om eens een halve dag wat vrouwen mee te helpen met stenen kapot slaan om te ervaren hoe het werken in de steengroeve is. Als ik wat meer mensen ken en wat meer mensen mij kennen wil ik dat eens proberen. Lopende door B1 viel direct op dat bijna iedere vrouw werkzaam is ‘in de kralen’. Dit zijn kralen die van felgekleurde papieren strookjes worden gerold. Vervolgens worden ze vernist en te drogen gehangen. Door heel B1 zie je overal, op elke hoek kettingen te drogen hangen en vrouwen voor hun huis individueel of in een groepje kralen rollen en kettingen rijgen. Er worden steeds weer nieuwe creaties en vormen bedacht en vrouwen leren elkaar de skills en fijne kneepjes van het vak. Deze kralen zijn een aantal jaren geleden geintroduceerd door een vrouw uit Europa. Zij heeft destijds een aantal workshops gegeven in Banda, waarin ze mensen leerde hoe ze met relatief simpele technieken en materiaal dat voorhanden is kralen konden maken. Het papier dat vrouwen hiervoor gebruiken bestaat uit allerhande reclameposters, voorlichtingsposters en papieren verpakkingen in alle kleuren van de regenboog. Dit wordt gekocht op de markt of bij verkopers die stapels papier opkopen en doorverkopen in de dorpen. Hoewel er veel mensen uit verschillende zones aan de workshop deelnamen waren het vooral de vrouwen uit B1 die dit opgepakt hebben. Inmiddels zijn de kralen niet meer weg te denken uit B1 en worden ze door heel Banda en zelfs heel Kampala gemaakt. Er zijn al verschillende organisaties en vrouwengroepen die zich geheel en al richten op de productie van de kralen. En vrouwen proberen ze ook individueel te verkopen door met een berg kralen naar de wekelijkse markt te gaan en daar hun waar uit te stallen in de hoop dat de plaatselijke winkeleigenaren ze inkopen. Het probleem is echter dat er in Kampala niet echt een markt is voor de kralen en er, op een NGO na die ze verkoopt in Amerika, nochthans geen strategie gevonden is om ze buiten Uganda te verkopen. Zoals ik tot nu van vrouwen begrepen heb is dit een terugkerend probleem bij veel van de crafts die door de vrouwen in Banda gemaakt worden. Er wordt van alles gemaakt, maar er is nochthans niet echt een afzetmarkt. Veel vrouwen hebben (gelukkig) naast de crafts ook nog een andere business waarmee ze geld verdienen, maar sommigen van hen zijn echt afhankelijk van de verkoop van de kralen, matjes, tasjes en andere sieraden. B1 is jarenlang de armste zone in Banda geweest, maar dankzij de inspanningen van de mensen zelf en de programma’s van verschillende NGO’s is deze zone echt aan het opkrabbelen. Opvallend in B1 is dat de vrouwen enorm goed georganiseerd zijn. Er zijn veel vrouwengroepen, die regelmatig bijeenkomen. Een van deze groepen is de ‘Banda Internally Displaced Women’s Association’ (BIDWA) vrouwengroep. Dit is de grootste vrouwengroep (200 members) en volgens mij ook de enige die officieel geregistreerd staat als association. Zij richten zich voornamelijk op de productie van de kralen. De leidster van de groep, Pamela, heb ik maandag gesproken. Een heel lief en fijn iemand die ik zeker vaker zal gaan ontmoeten. Aanstaande zondag heb ik een meeting met de groep, Pamela zou vrouwen mobiliseren om te komen, leuk!
Afgelopen woensdag had ik samen met Halima een meeting met vrouwen in zone B3, momenteel een van de armste zones in Banda. Toen wij hier vorige week doorheen liepen raakten we aan de praat met een paar vrouwen die cassave verkochten. We vroegen hen of en hoe de vrouwen in B3 georganiseerd zijn. Ze vertelden ons dat er tot op heden nog geen groepen gevormd waren, maar ze wel heel graag een groep zouden willen vormen met alle vrouwen uit B3 die geinteresseerd zijn. Ze wilden graag onze hulp bij het vormen van de groep. We spraken af dat als zij de vrouwen zouden mobiliseren we met zn allen zouden kunnen gaan zitten om te kijken waarom ze een groep willen vormen, met welk doel en hoe ze dit dan voor zich zien. Er werd direct begonnen met mobiliseren en we spraken af dat we de week erop, afgelopen woensdag dus, samen zouden komen met alle vrouwen die wilden deelnemen. Ik was heel erg benieuwd hoe het zou zijn, hoeveel vrouwen er zouden komen opdagen en wat ze van de meeting verwachtten. Halima had al vaker vrouwen in Banda geholpen om zich te organiseren als groep. Ik had me voorgenomen om deze eerste meeting maar gewoon af te wachten en te zien waar de vrouwen mee zouden komen. Met zn tweeen hadden we bedacht wat voor vragen we de vrouwen zouden stellen om duidelijk te krijgen wat ze wilden. Op een grasveldje langs de marktkraampjes werden houten bankjes neergezet die overal en nergens vandaan werden getoverd. Een geluk dat het droog bleef want het dreigde te gaan regenen. Rosemary, degene die met het intiatief kwam voor de groep en die zich als mobilizer had opgeworpen was nog druk bezig alle vrouwen op te trommelen. Toen ze iedereen gehad had kwam ze bezweet aangelopen, mobiliseren was niet gemakkelijk volgens haar! Toen we de meeting begonnen waren er ongeveer 20 vrouwen en dit werden er uiteindelijk wel 40! Een goede opkomst! Ik had Halima voorgesteld om de vrouwen te vragen zich kort te introduceren, hun naam en wat ze doen en te vertellen waarom ze graag een vrouwengroep willen vormen, wat daar voor hun persoonlijk de reden voor is. Zo zouden we een beetje een indruk kunnen krijgen van de samenstelling van de groep en wat de verwachtingen van de aanwezige vrouwen waren. Voordat we begonnen met de introducties benadrukten we nog even dat Halima en ik er waren om van hen te horen waarom ze een vrouwengroep wilden vormen en dat wij er niet waren om hen te vertellen wat ze moeten doen, dat de ideeen en het initiatief uit henzelf moesten komen en zij ook zelf degenen zijn die de groep gaan opzetten en draaiende houden. Dit werd goed ontvangen en vrouwen leken het er helemaal mee eens te zijn. De introducties gingen goed, al snel kregen we een idee van wat de verwachtingen waren. Bijna alle aanwezige vrouwen waren op de een of andere manier bezig met een eigen inkomen te genereren. Dit liep uiteen van manager van een eettentje en eigenaresse van een beauty salon, tot het verkopen van tomaten en werken in de steengroeve. Geen van de dames leek bang om haar mond open te doen en er werd wat afgekletst en gediscussieerd. Alles in het Luganda, dus ik verstond er niets van, maar Halima vertaalde regelmatig wat er allemaal gezegd werd. Uit deze eerste inventarisatie kwam naar voren dat eigenlijk alle vrouwen verwachten dat ze elkaar veel te leren hebben en ze in een groep hun kennis, skills en ervaringen op verschillende terreinen kunnen delen om elkaar te helpen. Sommigen gaven aan nieuwe skills te willen leren om nieuwe manieren te vinden om geld te verdienen. Anderen gaven aan dat ze wel een rotating en revolving fund wilden in de groep. Dit komt neer op een gezamenlijke spaarpot waar op vaste momenten geld in wordt gedaan door alle vrouwen. Van dit spaargeld kunnen dan een of meerdere vrouwen per keer een lening krijgen die ze kunnen investeren in hun business. Er is veel behoefte aan geld dat geinvesteerd kan worden in de business, maar voor veel vrouwen in B3 is lid worden van de spaar- en kredietcooperatie en daar een lening nemen een te grote drempel om verschillende redenen. Vervolgens vroegen we de groep waarom er niet eerder een groep was gevormd als nu zo duidelijk bleek dat daar zo’n behoefte aan is. Hier kwamen hele interessante dingen uit. Zo was het eerste antwoord dat er nooit iemand van ‘buitenaf’ (iemand zoals Halima, andere lokale leiders of volunteers zoals ik) was geweest die hen gestimuleerd had om een groep te vormen. Hier werd over gediscussieerd en uit die discussie bleek een beetje dat de vrouwen in B3 zich genegeerd voelden door de lokale leiders. Toen ik vervolgens vroeg waarom zij dan afhankelijk waren van een extern iemand zoals Halima of ik om gestimuleerd te worden een groep te vormen en waarom er dan nooit iemand van henzelf is opgestaan en het intiatief had genomen om samen te komen, bleek dat de onderlinge verdeeldheid van de vrouwen en een minderwaardigheidsgevoel hierin een rol speelden. Ook hier werd over gediscussieerd en de uitkomst was dat ze vanaf vandaag het verleden zouden ‘vergeten’, elkaar zouden vergeven en met een schone lei als groep verder zouden gaan, omdat ze allemaal het belang van eensgezindheid en het bundelen van de krachten deelden. Dat was heel mooi om te zien en ik ben heel benieuwd of deze geschillen en verschillen echt opzij gezet zullen worden. Tot slot vroegen we hen wat de volgende stappen zullen zijn in het vormen van de groep. Allen gaven aan ‘guidance’ te willen in hoe een groep te vormen, wat er bij komt kijken en wat voor structuur er mogelijk is. Een van hen leek hier al iets van te weten en vertelde wat ze hierover wist. Halima heeft hier al ervaring mee en kennis van, in ieder geval van een aantal ‘basics’ in de structuur waar ze rekening mee moeten houden als ze een groep gaan vormen. Volgende week komen we weer samen en zal dit besproken worden. De structuur is dan iets waarin Halima en ik hen zullen begeleiden, de invulling ervan bepalen ze geheel en al zelf. Zo zal er eerst consensus bereikt moeten worden over waar ze zich als groep op willen gaan richten en zijn er nog heel veel andere dingen waar over nagedacht en besloten moet worden. Voor mij is dit ook allemaal nieuw en enorm leerzaam! Het zou leuk zijn als we op de een of andere manier volgende week iets van de participatieve ICA methodes zouden kunnen gebruiken. Er is denk ik heel veel mogelijk maar ik moet nog op wat ideeen komen. Het was een super leuke, interessante en enerverende meeting en ik merkte vooral heel erg dat de vrouwen heel blij waren dat er nu ‘eindelijk’ eens wat aandacht was voor hen in B3 en dat ze allemaal heel erg gemotiveerd waren om een groep te vormen. Ik ben heel benieuwd hoeveel vrouwen er volgende week naar de meeting komen. Er werd in ieder geval door de mobilizer duidelijk gemaakt dat het belangrijk is dat iedereen er is omdat er dan meer invulling zal worden gegeven aan de groep.
Nou, dat waren zo een paar van de dingen die ik in Banda gezien en gedaan heb.
Het gaat goed met ons hier in Kampala. Joppe is nog steeds druk aan het werk, 5 dagen in de week van 9 tot 18.00. Hij leert enorm veel en ze zijn bezig met een aantal grote projecten. Ik ben zelf vooral regelmatig in Banda en heb behalve Ntinda, Banda en een stukje van het ‘centrum’ nog niet heel veel van de stad gezien. Maar dat komt vanzelf wel, daar hebben we een jaar de tijd voor. Morgen ga ik met Halima een paar zones in Banda bezoeken waar we nog niet geweest zijn. Zaterdag hebben we een jaarlijks personeels uitje van Mountbatten, het bedrijf van Edith en Reinier waar Joppe voor werkt. We gaan met al het personeel en aanhang en kinderen naar het zwembad. Da’s fijn want ben hier nog niet aan sporten toegekomen en verwacht dat ook niet te gaan doen dit jaar. Misschien af en toe eens zwemmen en verder vooral iedere dag veel lopen.
Verder ben ik in mijn hoofd veel bezig met nadenken over wat en hoe er iets mogelijk zou zijn om mij verder te verdiepen in huiselijk geweld tegen vrouwen hier in Uganda en wat er allemaal is aan organisaties en programma’s die zich richten op het voorkomen en bestrijden ervan. Ik hoor om mij heen vanuit verschillende kanten dat het erg veel voor komt, ook in Banda. Er zijn verschillende organisaties en programma’s actief op het thema gender based violence, waarvan ik met een al in Nederland contact heb gehad. Dit is de organisatie ‘Raising Voices’, die volgens mij heel veel goed werk doen (www.raisingvoices.org). In Banda wordt er op dit thema nog niets gedaan. Hoe het er concreet allemaal gaat uitzien weet ik echt nog niet, het zit nu nog vooral in mijn gedachten. Ik merk dat het een thema is dat me nauw aan het hart gaat en waar ik graag meer van wil weten en wie weet dat ik er op een gegeven moment concreter invulling aan kan geven. Ik had het er met Halima over en zij stelde voor om eens in kleine groepjes, mannen en vrouwen gescheiden, te gaan praten over dit onderwerp. Om te ontdekken hoe erover gedacht wordt, hoe mensen er wel of niet over praten, welke vormen het aanneemt, hoeveel het voorkomt, waar het vandaan komt etc etc. Dat wil ik niet zomaar doen, want het lijkt me een heel gevoelig onderwerp waar heel voorzichtig en weloverwogen mee omgegaan moet worden. Dus wil er eigenlijk eerst eens over gaan lezen, wat organisaties bezoeken, me er verder in verdiepen. En in de tussentijd met mensen die ik wat beter ken het onderwerp bespreken.
Zoals jullie misschien wel hebben vernomen is er in Uganda Ebola uitgebroken. Nochthans is de uitbraak geconcentreerd in het westen van het land en zijn er inmiddels 30 mensen overleden en een kleine 120 geinfecteerd. Men is heel erg bang voor verspreiding van deze dodelijke ziekte en Museveni heeft mensen opgedragen geen handen meer te schudden. Je kunt besmet raken door contact met lichaamsvocht van een geinfecteerd persoon. In de supermarkt dragen de cassieres rubberen handschoenen en veel mensen groeten elkaar alleen nog maar door te zwaaien of ‘vuist tegen vuist’. Ik kan niet goed inschatten in hoeverre er echt reden is tot paniek, maar nochthans lijkt er hier in Kampala niet echt iets aan de hand. Gewoon voorzichtig zijn, geen handen schudden en afwachten hoe het zich gaat ontwikkelen. Hoorde een gerucht dat er door de Belgische ambassade al een negatief reisadvies is afgegeven voor Uganda. Ik weet niet of dat klopt en wat de Nederlandse ambassade hierin adviseert.
|
|
|
 |
 |
 |
|
|
De Kidogo Post |
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
|
|
|
|
|
|
 |
|